Bomen - Struiken - Hagen

 

Heijo Shin-En

和平庭院

BOMEN - STRUIKEN - HAGEN

Taxus cuspidata

Taxus Cuspidata

Uit het eiland komt een Taxus 'cuspidata' te voorschijn. Dit water is verstild tot zen.

Een langzaam groeiende dicht vertakte struik die in Europa veelal voor het snoeien van (bonsai)vormen wordt gebruikt. In deze vorm wordt hij niet hoger dan circa 5 m. De stam is roodbruin en afbladderend. De takken groeien spreidend en iets opgaand en zijn dicht bezet met korte zijtakken. De zeer donkergroene naalden zijn lijnvormig en toegespitst. Aan de onderzijde zijn ze lichter groen en het korte steeltje is geelachtig. Na de onopvallende bloei volgen zaden die voor 4/5 omgeven zijn door een vlezig rood omhulsel van circa 0,5 cm.

Gleditsia 'Sunburst'/ Valse Christusdoorn

In ons klimaat kunnen we alleen de valse christusdoorn in de tuin plaatsen. Dat gebeurt vooral voor het mooie loof. Valse christusdoorns hebben allemaal geveerde of zelfs dubbel geveerde bladeren. De bloemen zijn klein en onopvallend. Het blad krijgt in de herfst een prachtige goudgele kleur. De knoppen worden door stekels en grote doorns beschermd. Stam en takken zijn ook vaak met de driedelige doorns bezet. De groenachtige bloempjes (juni-juli) zijn klein.

Gleditsia (Valse christusdoorn)
Juniperus procumbens ‘Nana’

Juniperus procumbens 'Nana'

een traaggroeiende compacte, kruipende bodembedekker met grijsgroene naaldvormige bladeren die een paarsgroene tint krijgen in de winter.

De bloemkleur is soms verschillend naar gelang het een mannelijke of vrouwelijke plant is, geel (m) of blauwgroen (v). Na de bloei verschijnen de ronde blauwzwarte bessen.

Gedijt het best in goed doorlaatbare, niet té vruchtbare leembodem, kan redelijk tegen droogte, verdraagt luchtvervuiling, maar kan in té natte omstandigheden soms wortelrot ontwikkelen.

Salix sepulcralis Çhrysocoma' / Treurwilg

De gele treurwilg is een boom uit de wilgenfamilie. Het is een kruising tussen Salix alba en Salix babylonica. De gele treurwilg wordt veel aangeplant als sierboom in tuinen en parken. De boom kan heel hoog worden.

De kroon is breed en koepelvormig. De gebogen takken dragen slanke, lange, gele twijgen die recht omlaag hangen. Deze cultivar met opvallend gele twijgen draagt vrouwelijke katjes, terwijl de bladeren zich al ontwikkelen.

De schors, die niet zelden dik is, is bleek grijsbruin en bevat een netwerk van ondiepe richels.De gele treurwilg heeft een verspreide bladstand. De bladeren zijn smal en puntig en zijn circa 10 cm lang.

 

Salix sepulcralis pendula ‘Chrysocoma’(Treurwilg)
Ilex  crenata Convexa

Ilex crenata Convexa

De plant is te herkennen aan de blaadjes die allemaal enigzins bol staan. De hoogte van ' is 60 tot 80 cm. Wordt veel gebruikt voor het maken van wintergroene haagjes en haagvormen.

De bloei valt in de zomermaanden en de witte bloemen zijn onopvallend. Na de bloei vormt deze heester kleine zwarte bessen. De Ilex staat graag op een zonnige tot halfbeschaduwde plaats en is ook goed te gebruiken in een Oosterse tuin (als Karikome).

 

Podocarpus nivalis/ Schijntaxus

 

Deze groenblijvende conifeer, met donkergroene naalden en bodembedekker. Het vormt een brede lage struik. De hoogte na 10 jaar is 75 cm.

Deze plant is goed winterhard.

Is zeer geschikt als struikje voor Karikome.

 

 

Podocarpus nivalis
Notofagus antartica / Schijnbeuk.

Notofagus antartica / Schijnbeuk.

 

Is winterhard. Valt op door zijn onregelmatige groeiwijze en de sierlijk kleine blaadjes. Is het hele jaar ook attractief met zijn geurende blaadjes in de lente, de glanzend groene in de zomer, de gele herfstkleur in het najaar en de bizarre structuur van de takken in de winter.

Een bladverliezende boom met een ovale, open kroon die veel licht doorlaat.

De hoogte na 10 jaar kan 8 m. worden.

Momenteel behandeld als Niwaki.

 

Tsuga canadensis pendula / Treurhemlock

 

Een fijne groenblijvende heester, groeit hoog en breed met sierlijk overhangende takken en fijne textuur gebladerte. Is een onvergetelijk gezicht en het beste als solitair te plaatsen. Moet organische, zure grond en voldoende vocht.

'Huilende' Hemlock heeft donkergroene naalden, die in het voorjaar lichtgroen worden. De naalden blijven donkergroen door de winter.

De gegroefde bruine schors is niet bijzonder opmerkelijk.

Is reeds gevormd als Niwaki.

 

Tsuga canadensis ‘Pendula’ (Treurhemlock)
Parthenocissus tricuspidata / Wilde wingerd

Parthenocissus tricuspidata / Wilde wingerd

 

Ze verkleuren namelijk van groen naar rood. Met drie spitsenpunten blad.

Een feest om naar te kijken in het najaar.

Een mooiere herfstkleur dan die van de wilde wingerd bestaat niet. Deze klimplant kan wel twintig meter lang worden en is in staat hele muren of schuttingen te bedekken. Daarna verschijnen de herfstkleuren die variëren van oranje tot vuurrood. Vooral prachtig als de zon erop schijnt. Deze plant bloeit aan het einde van het voorjaar, maar de groengele bloemen vallen nauwelijks op.

 

Vitis / druif

 

De wijnstok wordt in ons land vaak gebruikt om haar sierlijke blad, dat pergola´s een zuidelijk aanblik kan geven.

 

In deze tuin heeft hij dus alleen een sierwaarde.

 

De plant is op het westen geplant en niet op een zuidmuur.

 

In dit geval dus helaas geen druiven.

 

Vitis / druif
Ilex crenata /Hulst

Ilex crenata /Hulst

 

De plant blijft het gehele jaar groen.

Ze bloeit in de zomer met onopvallende witte bloempjes, na de bloei zitten er hele kleine zwarte besjes aan.

De beste plek is op een zonnige plek waar af en toe schaduw is.

In vrijwel alle tuinen kan de Ilex worden toegepast.

Op deze boom is Niwaki toegepast.

Buxus sempervirens

Een buxus moet je minimaal twee keer per jaar snoeien, maar voor het mooiste resultaat kun je dat beter vier keer per jaar doen. De beste tijd om de buxus te snoeien is eind mei. De tweede keer snoei je hem begin september en daartussen kun je hem ook een aantal keer snoeien. Hoe vaker je een buxus snoeit, hoe voller hij wordt.

Snoei de buxus altijd op een bewolkte dag, want door de zon kunnen de blaadjes verbranden. Wil je toch in de zon snoeien, besproei hem dan eerst met water en leg er als je klaar bent een fleecedoek overheen.

 

Buxus sempervirens
Juniperus horizontalis

Juniperus horizontalis

Groeit in goed gedraineerde grond in de volle zon. Tolereert hete, droge groeiomstandigheden. Kruipende jeneverbes is een groenblijvende heester. Het vormt een lage bodembedekker en verspreidt zich door lange slepende takken met overvloedige korte twijgen om een ​​vaak dichte mat te vormen. Blad is meestal groen naar blauw-groen tijdens het groeiseizoen, maar vaak krijgt paarse tinten in de winter.

Emperata Cylindra (Japans bloedgras)

 

Verkrijgbare ras is ‘Red Baron’ (vroeger ook wel ‘Rubra’ genoemd).

Dit is het echte Japanse bloedgras, dat groen uitloopt (met al wel een rood puntje), maar in de loop van het seizoen kleurt vaak het hele blad prachtig felrood, echt bloedrood, soms ook wat bruinrood.

Een schitterend gezicht, zowel in de border als in potten, waar de plant het ook goed in doet als de verzorging goed is.

Imperata cylindra ‘Red Baron’ (Japans Bloedgras)
Aucuba

Aucuba Japonica / Broodboom

Was vroeger een populaire kamerplant. Dat geeft al een beetje aan dat hij bij ons niet helemaal honderd procent winterhard is. Als een strenge winter hem te pakken krijgt, worden de bladeren en stelen zwart. Wel goed bestand tegen vervuilde lucht. Daarom wordt het veel in tuinen in grote steden geplaatst. Hij verdraagt zowel zon als schaduw goed. Stelt eigenlijk geen eisen aan de grond. De sierwaarde zit in het meestal glanzende, bonte blad dat de gehele winter aanblijft. Ook mooi zijn de bessen die in de herfst tot de lente verschijnen bij oudere exemplaren. Zij komen alleen voor bij de vrouwelijke planten als er een mannelijk exemplaar in de buurt staat.

Pinus mugo var.pumilio (Bergden)

 

Komt uit de gebergten van Centraal- en Zuid-Europa en is een zeer variabele soort met de naalden in paren bij elkaar. Geen dennenappel.

Kan zowel in de zon als in de halfschaduw. Hoogte is ca. 40 cm. en het snoeien doet men in karikome stijl.

Pinus Mugo (Karikome gesnoeid )
Cercidiphyllum japonicum (Hartjesboom)

Cercidiphyllum japonicum /Katsura, hartjesboom, judasboom, koekenboom.

 

Is een snelle groeier en in Japan en China kunnen de bomen een hoogte bereiken van wel 40-45 meter. In Nederland worden de bomen zelden hoger dan een meter of 20. Is beslist geen boom voor een kleine tuin.

Het hartvormige blad staat paargewijs aan de twijgen. Het blad loopt paarsachtig uit wanneer de boom in het voorjaar in bloei staat.

In de herfst krijgt de Katsura een prachtige geel tot robijnrode verkleuring wat deze boom extra aantrekkelijk maakt.

Het afgevallen blad geurt in het najaar naar gecarameliseerde suiker en deze eigenschap heeft het in het Duits onder de naam 'Kuchenbaum'

Acer palmatum ‘Bloodgood’ /Japanse esdoorn.

Bijzonder is het wijnrode in de zomer. De herfstkleur is prachtig donkerrood. Ook zonder blad is ‘Bloodgood’ mooi vanwege de krachtige takken en opvallende bast. Met een beetje geluk ontstaan rode gevleugelde vruchtjes. In het begin groeit deze Japanse esdoorn omhoog. Op latere leeftijd wordt de kroon breder. De Japanse esdoorn is geliefd in elke tuin vanwege de vele bladkleuren waaruit gekozen kan worden. De kleurnuances lopen van groen en oranjerood tot bruin. Vaak geeft dit een speels effect. De bladeren zijn handvormig (palmatum verwijst naar de handpalm en niet naar een palmboom) en daardoor speelser. Ook de vaak wat open, grillige structuur draagt hier aan bij. Er zijn wat doorkijkjes en het vormt een minder compact geheel. Het is verder een van de struiken die gebruikt worden in de Japanse tuin. Als bladverliezende heesters symboliseren zij het tijdelijke.

Acer palmatum ‘Bloodgood’ (Esdoorn)
Acer palmatum ‘Dissectum’ (Japanse Esdoorn)

Acer palmatum ‘Dissectum’

Is een van de meest gekweekte Japanse esdoorns. Het blad heeft de vorm van een hand en is scherp ingesneden. De kleur is in het seizoen lichtgroen, maar in de herfst verkleurt het naar oranje. De esdoorn komt in tientallen soorten op het hele noordelijk halfrond voor. In de meeste gevallen zijn het prachtige bomen met mooi blad.

Is verder een van de struiken die gebruikt worden in de Japanse tuin. Als bladverliezende heester symboliseren zij het tijdelijke.

Ginkgo biloba is een Japanse notenboom

Ginkgo wordt vaak gezien als conifeer omdat hij daar meer aan verwant is dan aan andere naaktzadigen. Het is echter geen conifeer maar ook geen loofboom en neemt daarom een unieke positie in.

Het mooiste van Ginkgo is ongetwijfeld het waaiervormige blad. De bladeren blijven tot laat in het seizoen aan de boom en vallen dan snel af, soms in één of een paar dagen en zelfs binnen 1 tot 2 uur. En eigenlijk is het helemaal geen blad, maar niets meer dan een massa naalden die aan elkaar zijn vastgegroeid en waaromheen zich een soort bladmoes heeft ontwikkeld.

Ginkgo biloba (Japanse notenboom)
Asplenium scolopendrium (tongvaren)

Asplenium scolopendrium / Tongvaren

Tongvarens groeien zelfs op de allerdonkerste plekjes. Ze hebben zich aangepast aan de groeiomstandigheden in de dichtste loof- en dennenbossen. Varens zijn echte planten uit de prehistorie. Het waren de eerste planten op aarde die bladeren hadden. Het was ook de laatste plantengroep zonder bloemen, want varens planten zich voort via sporen. De bevruchting vindt pas plaats als deze op de grond zijn gevallen.

De tongvaren dankt zijn naam aan de lange slanke bladeren, die inderdaad een tongvorm hebben. Hoe donker ze ook groeien. Ze zien er altijd mooi uit met glimmend donkergroen blad. Het is erg mooi om de bladeren te zien uitrollen in het voorjaar. Voor liefhebbers zijn de sporenhoopjes op de onderkant van de bladeren een mooi detail. De bladeren blijven het gehele jaar groen.

Acer palmatum 'Garnet'

Is een breedspreidende laagblijvende Japanse esdoorn. Het blad van deze Japanse esdoorn is rood en zeer diep ingesneden. Bereikt uiteindeijk een hoogte van circa 100 cm.

Is goed winterhard en heeft een mooie oranjerode herfstverkleuring.

Net als bij andere roodbladige Japanse esdoorns bestaat er kans op verbranding van het blad wanneer deze plant in de felle zon staat. Is mooi voor aan de rand van de vijver of op een bijzondere plek in een lage bodembedekker

Acer Palmatum ‘Garnet’
Prunus laurus ‘Novita’ (Laurierkers)

Prunus laurocerasus (Laurierkers)

Is een van de grootste varianten met een lengte en breedte tot wel 4 meter.

De bladeren zijn wat lichter en ronder. De hangende takken en de prachtige bloemen in de lente zorgen voor een idyllische aanblik. De laurierkers is een dichte, wintergroene struik die meestal snel groeit en bijzonder sterk is. Het aardige van deze struik is dat zijn sterkte wordt gecombineerd met een aantrekkelijk uiterlijk.

Hier is hij ingezet als haag in Niwaki stijl (zie Japan).

In januari kunnen zich al witte bloemen vormen. Zij openen pas in de lente en groeien in sierlijke rechtopstaande trossen.

De bloemen van de laurierkers geuren heerlijk. Later in het jaar kunnen zich nog een keer bloemen ontwikkelen. Vanaf augustus verschijnen de vruchten van ongeveer een centimeter groot.

Ze zijn bijna zwart van kleur en giftig.

 

De Phyllostachys nigra is een zwarte lak-bamboe met hoog opgaande, licht overhangende groei die ook geschikt is als haagplant. Ze kan tot 500 cm hoog worden, heeft lichtgroen blad aan zwarte stengels en is hierdoor één van de mooiste bamboesoorten. De plant is zeer winterhard (tot -21 graden Celsius) en groenblijvend en is daardoor een kleurrijke toevoeging op uw wintertuin. De bamboe maakt nieuwe scheuten onder de grond, dit kunt u tegengaan met wortelbegrenzer. Doet u dit niet, dan gaat de plant woekeren. De plant komt het beste tot zijn recht als gestyleerde solitair, maar doet het ook prima in een haag. De bamboe gedijt het beste op droge tot vochthoudende, goed doorlatende grond in de volle zon of halfschaduw op een beschutte plek.

Phyllostachys nigra (zwarte bamboe)
Asplenium trichomanes(steenbreekvaren)

De steenbreekvaren (Asplenium trichomanes)

Is een varen uit de streepvarenfamilie (Aspleniaceae). De plant groeit op muren en rotsachtige grond. In Nederland is de wettelijk beschermde soort. Zeldzaam, alleen in Limburg komt ze wat vaker voor. De bladen zijn gewoonlijk 20 cm lang, maar op vochtige plekken kunnen de bladen een lengte van 40 cm bereiken. Ze zijn enkelgeveerd. De deelblaadjes zijn enigszins langwerpig of rond en zijn donkergroen van kleur. In het tweede jaar vallen de deelblaadjes af. De hoofdnerf valt later af. De bladsteel en hoofdnerf zijn zwart tot donkerbruin.

De sporenhoopjes (sori), die bestaan uit sporangiën, zijn lang en dun. Ze zijn rijp tussen mei en oktober.

Copyright © All Rights Reserved